Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Inzet van de voorzieningen

Onderdeel van Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren Medemblik

1. Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor voorzieningen die beschikbaar, adequaat en toereikend zijn voor het doel dat wordt beoogd. 2. Het doel van de inzet van voorzieningen is het bevorderen van duurzame arbeidsparticipatie van jongeren door het opdoen van werkervaring, het aanleren van vaardigheden en kennis, het opdoen van werkritme, maatschappelijke participatie dan wel op andere wijze vergroten van persoonlijke en maatschappelijke zelfredzaamheid. 3. Onverminderd artikel 2, vierde lid, kunnen de beschikbare voorzieningen als volgt worden ingezet: a. voor jongeren met een grote afstand tot de arbeidsmarkt worden met voorrang de voorzieningen genoemd in artikel 5, onderdelen a, b, d, j en k ingezet; b. voor jongeren die zich richten op arbeid in zelfstandig bedrijf of beroep wordt met voorrang de voorziening, genoemd in artikel 5, onderdeel i, ingezet; c. voor jongeren met een taalachterstand wordt met voorrang de voorziening, genoemd in artikel 5, onderdeel k, ingezet; d. voor jongeren met een arbeidshandicap worden met voorrang de voorzieningen genoemd in artikel 5, onderdelen a, d, g en j ingezet; e. voor jongeren die alleenstaande ouder zijn, worden met voorrang de voorzieningen genoemd in artikel 5, onderdelen a, f en k ingezet; f. voor jongeren zonder startkwalificatie wordt met voorrang de voorziening genoemd in artikel 5, onderdeel f, ingezet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel