9.1 Een bestuurder die het voornemen heeft een buitenlandse dienstreis te maken, heeft toestemming nodig van het presidium. De gemeenteraad wordt van het besluit op de hoogte gesteld.
9.2 Een bestuurder die het voornemen van een dienstreis meldt, verschaft informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de geraamde kosten.
9.3 Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van derden worden altijd besproken in het presidium en onder meer getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming.
9.4 Van de dienstreis wordt een verslag opgesteld. Buitenlandse reizen worden vermeld in een jaarverslag.
9.5 De in verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven worden vergoed voorzover zij redelijk en verantwoord worden geacht.
Artikel 9
Reizen buitenland
Onderdeel van Gedragscode bestuurlijke integriteit raads- en commissieleden