Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, stelt
het college de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening
vast.
De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:
de activiteiten dan wel de producten en prestaties
waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben
plaatsgevonden;
de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de
subsidie verbonden verplichtingen en voorschriften;
de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens
heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of
volledige gegevens tot een andere beschikking op de
aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid,
of
de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.
Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de
werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is
verleend, worden kosten die naar het oordeel van het college in
redelijkheid niet noodzakelijk zijn bij de vaststelling van de
subsidie niet in aanmerking genomen.
Hoofdstuk
Artikel 22
Hoogte subsidievaststelling
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Barneveld