Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Het recht op individuele begeleiding

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning

1.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 4,5 en 6 van de wet heeft aanspraak op de voorziening individuele begeleiding op psychosociale grondslag wanneer er sprake is van: a.ernstige beperkingen in de sociale redzaamheid; b.een ernstige (psychische) ontwrichting van het functioneren van cliënt en het gezin in relatie tot zijn sociale omgeving en deze ontwrichting kan leiden tot ernstige problemen op het gebied van de sociale redzaamheid. 2.. Om te bepalen of de noodzaak als bedoeld in lid 1 aanwezig is onderzoekt het college of de beperkingen die de aanvrager in zijn functioneren ondervindt een gevolg zijn van een psychosociaal probleem. Het onderzoek omvat tevens: de algemene gezondheidstoestand; het psychisch en sociaal functioneren; leefomstandigheden in de woning; de sociale omstandigheden. 3.. Op basis van het in het tweede lid bedoelde onderzoek stelt het college de aard en de omvang van de toe te kennen voorziening vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel