Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 12a.

Premie op participatieplaats.

Onderdeel van Verzamelverordening WWB

Een uitkeringsgerechtigde die onbeloonde additionele werkzaamheden verricht, ontvangt conform artikel 10a, zesde lid van de WWB een premie van telkens maximaal € 250,- per 6 maanden. De hoogte van de premie is afhankelijk van het gemiddeld aantal gewerkte uren per week in de voorafgaande 6 maanden en bedraagt: bij een gemiddelde ureninzet van 12 tot 20 uur per week 75% van het in het eerste lid genoemde bedrag bij een gemiddelde uren inzet van 20 tot 28 uur per week 100% van het in het eerste lid genoemde bedrag en bij een gemiddelde uren inzet van 28 of meer uur per week 125% van het in het eerste lid genoemde bedrag. Voor uitkeringsgerechtigden van wie het gesubsidieerde Doen contract voor 1 januari 2011 van rechtswege wordt beëindigd (ex-Doen’er) bedraagt de premie: 200% van de in het eerste en tweede lid bedoelde premie voor de ex-Doen’er die recht heeft op een WWB alleenstaande; 150% van de in het eerste en tweede lid bedoelde premie voor de ex-Doen’er die recht heeft op een WWB alleenstaande ouders; 100% van de in het eerste en tweede lid bedoelde premie voor de ex-Doen’er die recht heeft op een WWB echtpaar. Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt elke zes maanden beoordeeld. De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de uitkeringsgerechtigde de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden. De duur van de participatieplaats is minimaal zes maanden en maximaal twee jaar. Ieder jaar wordt na negen maanden beoordeeld of de participatieplaats de meest geschikte voorziening is. Onverminderd het eerste lid komen ook personen als bedoeld in artikel 7, derde lid van de WWB voor een premie in aanmerking als zij aan alle voorwaarden voldoen. Als de belanghebbende (artikel 10 lid 5 WWB) meer dan zes maanden additionele onbetaalde werkzaamheden heeft verricht wordt van degene in opdracht van wie hij deze werkzaamheden uitvoert een halfjaarlijkse bijdrage verlangd. De bijdrage bedraagt 100% van de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde premie. De bijdrage wordt enkel verlangd voor zover aan de belanghebbende de premie bedoeld in het eerste, tweede en derde lid is uitgekeerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel