Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 22

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid (rechtmatigheid).

Onderdeel van Verzamelverordening WWB

A. Voor wat de WWB betreft. Bij het versneld interen van vermogen of het hebben gedaan van een schenking, waarmee rekening zou zijn gehouden bij het verlenen van de bijstand, wordt voor de duur van het eerder dan wel langer bijstand afhankelijk zijn de bijstandsnorm verlaagd met: 10% tot 30% bij het maximaal 12 maanden eerder of langer bijstandsafhankelijk zijn en 30% tot 50% bij het meer dan 12 maanden eerder of langer bijstandsafhankelijk zijn. Het eerder of langer bijstandsafhankelijk zijn wordt berekend door het versneld ingeteerd vermogens-bedrag of het geschonken bedrag te delen door 1½ maal de bijstandsnorm verhoogd met het verschuldigde bedrag voor de zorgverzekering (basis- en aanvullende verzekering). De duur van de verlaging wordt naar boven afgerond op (een) hele maand(en). In overige gevallen van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wordt de bijstandsnorm verlaagd met 10%. B. Voor wat de WWIK betreft. De WWIK-uitkering wordt verlaagd met 10% als de kunstenaar of de echtgenoot: niet of niet behoorlijk nakomt de verplichting om zich naar vermogen in te spannen om met kunst zelfstandig in het bestaan te voorzien; niet of niet behoorlijk nakomt verplichtingen opgelegd in verband met aard en doel van de WWIK, die strekken tot vermindering of beëindiging van het beroep op de WWIK of die nodig zijn voor een doelmatige bedrijfs- en beroeps-uitoefening; niet of niet behoorlijk nakomt de verplichting tot het naar behoren een administratie te voeren of, anderszins blijk heeft gegeven van een tekort- schietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan.

Rechtspraak bij dit artikel