In deze verordening wordt verstaan onder:
arbeidsverplichting: het naar vermogen trachten te verkrijgen en aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, waaronder begrepen registratie als werk-zoekende bij het UWV-WERKbedrijf en waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening;
re-integratieverplichting: het gebruik maken van een voorziening gericht op inschakeling in of het verkleinen van de afstand tot de arbeid waaronder begrepen sociale activering; het meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeids-inschakeling; de geschiktheid voor scholing/ opleiding of het vaststellen van een diagnose.
participatie: het naar vermogen meedoen in de samen-leving door het verrichten van betaald regulier of gesubsidieerd werk en als dit nog niet mogelijk is door sociale activering.
sociale activering: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op (uiteindelijk) inschakeling in de betaalde arbeid of op maatschappelijke participatie als betaalde arbeid (nog) niet mogelijk is.
participatiepiramide: een ordeningssystematiek tot het ondersteunen en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling bestaande uit:
een basislaag: voor de participatie naar en door betaald regulier werk, werk in eigen bedrijf of zelfstandig beroep, tijdelijk gesubsidieerde arbeid of onbeloonde arbeid gericht op arbeidsparticipatie (inschakeling in de arbeid);
een middenlaag: voor de participatie naar en door structureel gesubsidieerd werk;
een toplaag: voor de participatie naar en door onbeloonde arbeid gericht op maatschappelijke participatie.
voorziening: een door het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op inschakeling in de arbeid of sociale activering.
mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep en zonder betaling voor meer dan 8 uur per week wordt geboden aan een zorg-behoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en deze de gebruikelijke zorg van huis-genoten voor elkaar overstijgt.
werk-voorop-benadering: het na het inschrijven als werkzoekende zo snel mogelijk aan het werk zetten van belanghebbenden voor bepaalde tijd.
polis: de met een belanghebbende gemaakte en vast-gelegde afspraken over de planmatige inzet van een of meer voorzieningen;
nazorg: een voorziening gericht op het voorkomen van (een) armoede(-val) of van terugval in de uitkering gedurende de eerste 6 maanden na uitstroom uit de bijstand. De 6 maanden termijn is te verlengen met tweemaal 3 maanden tot de duur van in totaal 1jaar.
Hoofdstuk I.
Artikel 3.
Arbeidsinschakeling, ondersteuning en voorziening.
Onderdeel van Verzamelverordening WWB