Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 6

De wijze van oplegging van de verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand

1. De verlaging wordt opgelegd met ingang van de eerstvolgende kalendermaand nadat het besluit tot het opleggen van de verlaging is genomen. 2. Indien de verlaging niet kan worden opgelegd omdat de uitkering inmiddels is beëindigd, dan wordt de verlaging alsnog gerealiseerd door middel van herziening van de eerder verstrekte uitkering. 3. Indien de verlaging niet kan worden opgelegd met toepassing van lid 1 of lid 2 dan vindt bij een gedraging behorend tot categorie 3, zoals omschreven in artikel 8, onder b, realisatie plaats door verlaging van de bijstand indien de belanghebbende binnen een periode van zes maanden opnieuw bijstand gaat ontvangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel