Met betrekking tot het gebruik van de onroerende-zaakbelastingen, wordt de aanslag gesteld ten name van:
degene die via de gemeentelijke bevolkingsadministratie als gebruiker is aangemerkt;
degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt;
de oudste in leeftijd het manlijk geslacht voor het vrouwelijke geslacht;
degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt;
degene die de nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft.
Hoofdstuk 1
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie