Naar hoofdinhoud
De onderdelen 1 tot en met 5 vinden geen toepassing indien: de aanslag kan worden opgelegd aan degene die met betrekking tot het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft gekregen en gezorgd heeft dat de aanslag betaald is en nog steeds belastingplichtig is; bij de afdeling Financiën bekend is dat één van de potentiële belastingplichtigen de desbetreffende aanslag op zijn/-haar naam wil hebben, althans voor zover dit niet leidt tot een mogelijke situatie dat de belasting niet kan worden betaald dan wel ingevorderd.

Rechtspraak bij dit artikel