1. Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de jongere in de gelegenheid gesteld hierover, mondeling of schriftelijk, zijn zienswijze naar voren te brengen.
2. Het horen van de jongere kan achterwege worden gelaten als:
a. de vereiste spoed zich daartegen verzet;
b. de jongere al eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
c. de jongere niet heeft voldaan aan een verzoek van het college of van een derde aan wie het college met toepassing van artikel 11, vierde lid, van de wet, werkzaamheden in het kader van de wet heeft uitbesteed, om binnen een gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel 44 van de wet; of
d. het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid
Hoofdstuk 1
Artikel 5
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Maatregelen- en handhavingverordening WIJ gemeente Oost Gelre 2009