1. De verlaging als bedoeld in artikel 29 van de wet bedraagt:
a. 10 procent van de gehuwdennorm indien het een belanghebbende van 21 jaar betreft;
b. 5 procent van de gehuwdennorm indien het een belanghebbende van 22 jaar betreft.
2. In afwijking van lid 1 wordt de verlaging vastgesteld op de hoogte van de op grond van artikel 3 toegekende toeslag, indien deze toeslag minder bedraagt dan de verlaging waartoe toepassing van lid 1 zou leiden.
Hoofdstuk 3
Artikel 6
Verlaging toeslag alleenstaanden van 21 en 22 jaar
Onderdeel van Toeslagenverordening wet werk en bijstand