1. Het college kan, met inachtneming van de bepalingen in deze verordening, een tegemoetkoming toekennen in de kosten van het aan leerlingen in het basisonderwijs te geven godsdienstonderwijs, dan wel levensbeschouwelijk onderwijs.
2. De tegemoetkoming in de kosten van het geven van godsdienstonderwijs en in de kosten van het geven van het levensbeschouwelijk onderwijs wordt toegekend aan een instelling als bedoeld in het zevende lid van artikel 1 van deze verordening.
3. Instellingen kunnen geen tegemoetkoming ontvangen als de geloofsovertuiging van de instelling overeenkomt met die van de school waarop de lessen worden gegeven.
4. Het godsdienst- of levensbeschouwelijk onderwijs wordt in het schoolgebouw gegeven aan die leerlingen van wie de ouders, voogden of verzorgers daarom hebben verzocht.
Artikel 2
Algemene bepalingen
Onderdeel van Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs en/of levensbeschouwelijk onderwijs 2007