1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het
terrein van een ander:
a. anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of
de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of
hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag van
die hond noodzakelijk vindt;
b. anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat
het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het
die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en
muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
vindt. 2. In afwijking van artikel 2.4.18, aanhef en onder c, geldt
voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien
moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
identificatiekenmerk in het oor of de buikwand. 3. In het eerste lid
wordt verstaan onder:
a. muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder d, van de
Regeling agressieve dieren;
b. kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een
lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan 1,50
meter. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van
toepassing voorzover de Regeling agressieve dieren van toepassing
is.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.19
Gevaarlijke honden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oost Gelre 2008