1. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
door het college te geven aanwijzingen moet worden herplant. 2.
Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan
daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
worden vervangen. 3. Een vergunning wordt verleend onder de
standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot het moment dat de
bezwaartermijn is verstreken. 4. Burgemeester en wethouders kunnen
in het kader van openbare orde en veiligheid bepalen dat het derde
lid van dit artikel niet van toepassing is
Hoofdstuk 4 › Afdeling 5
Artikel 4.5.5
Bijzondere vergunningsvoorschriften
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oost Gelre 2008