1. De adviseur hoort de aanvrager en/of zijn gemachtigde en een of meer vertegenwoordigers van de gemeente. 2. Van de mondelinge uiteenzetting door de aanvrager en/of zijn gemachtigde en door de vertegenwoordiger(s) van de gemeente wordt door de adviseur een kort verslag gemaakt. Dit verslag wordt toegezonden aan aanvrager en gemeente en tezamen met de eventuele schriftelijke reacties als bijlage aan het advies gehecht. 3. De adviseur neemt de situatie ter plaatse op.