1. Het is verboden bouwwerken die gelegen zijn in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht te beschadigen of te vernielen. 2. Het is verboden in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht zonder vergunning van burgemeester en wethouders of in strijd met de bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:
a. Bouwwerken te plaatsen, op te richten, geheel of gedeeltelijk af te breken of te verplaatsen danwel in enig opzicht te wijzigen;
b. Bouwwerken te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het stads- of dorpsgezicht wordt ontsierd of in gevaar gebracht;
c. Onroerende zaken geen bouwwerk zijnde, hieronder begrepen straten, wegen, pleinen, wateren, bomen en erfafscheidingen te wijzigen. 3. Geen sloopvergunning is vereist voor het afbreken als gevolg van een aanschrijving van burgemeester en wethouders. 4. Paragraaf 3.4.2 van Wet ruimtelijke ordening (Wro) is van overeenkomstige toepassing.