1. Het is verboden om bij een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 of onder f en g, een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder f en g, de bodem dieper dan 30 cm onder het maaiveld te verstoren.
2. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien:
a. het een verstoring betreft in Archeologisch Waardevol (Verwachtings)gebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart en waarbij die verstoring plaatsvindt op het terrein aangemerkt als:
• AWG categorie 3: (bekende archeologische vindplaats), waarbij de oppervlakte van de ingreep kleiner is dan 100 m² én de diepte van de ingreep niet dieper reikt dan 30 cm -Mv;
• AWG categorie 4: (Historische dorps-/stadskernen), waarbij de oppervlakte van de ingreep kleiner is dan 30 m² en/of de diepte van de ingreep niet dieper reikt dan 30 cm -Mv; |
• AWG categorie 5: (Circumvallatielinie), waarbij de oppervlakte van de in¬greep kleiner is dan 100 m² én de diepte van de ingreep niet dieper reikt dan 30 cm -Mv;
• AWG categorie 5: ter plaatse van de kwartieren, redoutes, schansen en hoornwerken de bodemingrepen niet dieper zijn dan 30 cm - Mv,
• AWV categorie 6: (Gebieden met een hoge archeologische verwachting met een afdekkende conserverende laag), waarbij de oppervlakte van de ingreep kleiner is dan 100 m² én de diepte van de ingreep niet dieper reikt dan 30 cm -Mv;
• AWV categorie 7: (Gebieden met een hoge archeologische verwachting zonder een afdekkende conserverende laag). waarbij de oppervlakte van de ingreep kleiner is dan 100 m² én de diepte van de ingreep niet dieper reikt dan 30 cm -Mv;
• AWV categorie 8: (Gebieden met een middelmatige archeologische verwachting), waarbij de oppervlakte van de ingreep kleiner is dan 100 m² én de diepte van de ingreep niet dieper reikt dan 30 cm -Mv;
• AWV categorie 9: (Gebieden met een lage archeologische verwachting), waarbij de oppervlakte van de ingreep kleiner is dan 2500 m² én de diepte van de ingreep niet dieper reikt dan 30 cm -Mv;
• AWV categorie 10: (Beekdalen), waarbij de oppervlakte van de ingreep kleiner is dan 2500 m² én de diepte van de ingreep niet dieper reikt dan 30 cm –Mv.
b. In het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen aan de hand van de archeologische beleidskaart over de archeologische monumentenzorg.
c. Sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg.
d. Burgemeester en wethouders nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring als bedoeld in het eerste lid en aangegeven op gemeentelijke archeologische beleidskaart.
e. Een rapport conform de geldende richtlijnen is overlegd, waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:
• het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of
• de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of
• in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel;
• burgemeester en wethouders een selectieadvies hebben genomen ten aanzien van het opgraven van het te verstoren gebied/terrein.