Het is verboden zonder een daartoe verleende aansluitvergunning een
aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool tot stand te
brengen of te wijzigen. Burgemeester en wethouders verlenen een
aansluitvergunning alleen voor het tot stand brengen en in stand houden
van een aansluiting tussen het particulier riool en de
perceelaansluiting:
voor de afvoer van afvalwater inclusief hemelwater indien ter
plaatse een gemengd stelsel aanwezig is;
voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater naar het daarvoor
bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een gescheiden stelsel
aanwezig is;
voor de afvoer van hemelwater naar het daarvoor bedoelde
buizenstelsel, indien ter plaatse een gescheiden stelsel aanwezig
is;
voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater indien ter plaatse
riolering onder over- en/of onderdruk aanwezig is. Indien meer dan één
aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool tot stand
dient te worden gebracht, alsmede wanneer meer dan één dient te worden
gewijzigd, is het eerste lid voor iedere aansluiting of wijziging
afzonderlijk van toepassing. In de vergunning kunnen voorschriften
worden opgenomen met betrekking tot:
het tot stand brengen van de aansluiting;
het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de
perceelaansluitleiding;
sloopwerkzaamheden op het perceel van de rechthebbende;
de periode waarvoor de vergunning wordt verleend indien de
aansluiting is bedoeld voor de afvoer van bronneringswater. Indien de
rechthebbende binnen een jaar na verlening van de aansluitvergunning
geen verzoek heeft gedaan de aansluiting of wijziging van de aansluiting
waarop die aansluitingvergunning betrekking heeft, uit te voeren, kunnen
burgemeester en wethouders de aansluitvergunning intrekken.
Afdeling II
Artikel 2
Vergunningsplicht
Onderdeel van Verordening aansluitvoorwaarden riolering gemeente Groenlo 2005