De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een
commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van
het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is
maximaal het door de minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 5 vastgestelde
maximum.
De vergoeding zoals bedoeld in het eerste lid wordt door de
raadsfracties zelf aan de commissie- c.q. P.A.-leden
verstrekt uit het vaste deel van de fractievergoeding,
waarbij de fractie de hoogte van het bedrag bepaalt, dit met
inachtneming van het gestelde in lid 1.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding
voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de
Gemeentewet ontvangt.
Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
commissie
als raadslid of wethouder;
uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel
van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan
wel van een functie bij een instelling die
grotendeels van overheidswege wordt
gesubsidieerd;
als vertegenwoordiger van een belanghebbende
instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn
lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke
mate het gemeentelijk belang dient.
Hoofdstuk IV
Artikel 26
Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden Lingewaard 2011