Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening adresnaamgeving en -nummering 2010

In deze verordening en daarop berustende nadere regelgeving wordt verstaan onder: adres: door het College aan een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van een woonplaats; afgebakend terrein: een betreedbaar en afsluitbaar terrein met een kunstmatige of natuurlijke afbakening, waarop zich geen panden, verblijfsobjecten, stand- en ligplaatsen bevinden; het College: het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp; convenant postcodes: het tussen de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Koninklijke TPG Post BV gesloten Kader Convenant en Nader Convenant inzake postcodes; ligplaats: door het College als zodanig aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die is bestemd voor het permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig; nummeraanduiding: door het College als zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats, een ligplaats; openbare ruimte: door het College als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is gelegen; pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; rechthebbende: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die krachtens eigendom, beperkt zakelijk recht of persoonlijk recht als zodanig beschikking heeft over dan wel beheerder of gebruiker is van een onroerende zaak op grond waarvan hij naar burgerlijk recht bevoegd is om betreffende die zaak te handelen; standplaats: door het College als zodanig aangewezen terrein of een gedeelte daarvan dat is bestemd voor het permanent plaatsen van een niet direct en duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte ruimte; verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, die onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is; wijk- en buurtindeling: een indeling van de gemeente in wijken en buurten conform de eisen die het Centraal Bureau voor de Statistiek aan deze indeling verbindt; woonplaats: door het College als zodanig aangewezen en van een naam voorzien gedeelte van het grondgebied van de gemeente; wet BAG: Wet basisregistraties adressen en gebouwen.

Rechtspraak bij dit artikel