**1..** 1. Alle begrippen, die in deze richtlijn worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Wet investeren in jongeren (WIJ), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004).
**2..** In deze richtlijn wordt verstaan onder:
college: het college van burgemeester en wethouders van de ge meente Ooststellingwerf;
grondslag: de voor de werkloze werknemer dan wel gewezen zelfstan dige toepasselijke grondslag als bedoeld in artikel 5, derde, vierde en vijfde lid, van de IOAW onderscheidenlijk artikel 5, vijfde lid, van de IOAZ;
kruimelbedrag: bedrag genoemd in de ‘Regeling terugvordering geringe bedragen’;
norm: de van toepassing zijnde de theoretische WWB-norm of WIJ-norm, inclusief toeslagen en vakantiegeld;
SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
uitkering: uitkering, bijstand en inkomensvoorziening;
WBvR: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
uitkeringsgerechtigde: de persoon met een uitkering / inkomensvoorziening op grond van de WWB, de IOAW, de IOAZ , de WIJ en Bbz 2004;
wet: WWB, IOAW, IOAZ, WIJ, Awb en Bbz 2004.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Richtlijn Terug- en invordering Wet werk en bijstand 2010