1.Vergunningen die zijn verleend onder de Brandbeveiligingsverordening
van
1999 en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze
verordening worden aangemerkt als vergunningen krachtens deze
verordening.
2.Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
een
aanvraag om vergunning op grond van de Brandveilgheidsverordening 1999
is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening
toegepast.
3.Op bezwaarschriften gericht tegen een beschikking op een aanvraag om
vergunning krachtens de Brandbeveiligingsverordening 1999 wordt beslist
met toepassing van deze verordening.