**1..** Als er sprake is van één gedraging die schending oplevert van meerdere in de wet genoemde verplichtingen, wordt één maatregel opgelegd. Als voor de schending van die verplichtingen maatregelen van verschillende hoogten gelden, wordt de hoogste maatregel opgelegd.
**2..** Als er sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van één of meerdere in de wet genoemde verplichtingen, wordt voor het bepalen van de hoogte van de maatregel uitgegaan van een cumulatie van maatregelen, tenzij dit gelet op artikel 2, tweede lid, niet verantwoord is.
**3..** De duur van de maatregel wordt vastgesteld op twee maanden, als de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie of hetzelfde of een hoger percentage. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld een besluit om daarvan af te zien als bedoeld in artikel 5, eerste lid onder a en b.
**4..** De duur van de maatregel wordt vastgesteld op drie maanden als de jongere binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij de recidive als bedoeld in het derde lid is toegepast, zich opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie of hetzelfde of een hoger percentage.
**5..** Als een jongere na toepassing van het vierde lid blijft volharden in zijn gedragingen, kan het college in afwijking van het bepaalde in artikel 6, vijfde lid, de WIJ-norm voor onbepaalde tijd verlagen, tot het moment waarop de belanghebbende zijn verplichtingen naar behoren nakomt.
**6..** Een maatregel die voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt uiterlijk binnen drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd heroverwogen.
Hoofdstuk 1
Artikel 7
Samenloop van gedragingen, recidive, recidive op recidive, volharding en heroverweging
Onderdeel van Maatregelverordening Wet investeren in jongeren 2009