Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd monument
aan de monumentencommissie.
De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag
binnen 6 weken na de datum van verzending van het afschrift.
Indien de monumentencommissie niet binnen 6 weken gemotiveerd
heeft geadviseerd, neemt het college een besluit.
Het college kan voorschrijven dat de aanvrager van een
vergunning als bedoeld in het tweede lid nader onderzoek moet
verrichten, zoals bouwhistorisch onderzoek.
Het college is verplicht de Rijksdienst voor het Cultureel
Erfgoed om advies te vragen wanneer de monumentale waarden van
een rijksmonument in het geding zijn. Het gaat om de volgende
ingrepen:
(gedeeltelijke) afbraak;
ingrijpende wijzigingen vergelijkbaar met gedeeltelijke
afbraak;
reconstructie;
herbestemming: het wijzigen van de functie.
In de gevallen, bedoeld in het vierde lid, adviseert de
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed schriftelijk over de
aanvraag binnen twee maanden na de datum van verzending van het
afschrift. Indien gedeputeerde staten advies uitbrengen, gebeurt
dat schriftelijk binnen twee maanden na de datum van verzending
van het afschrift.
Hoofdstuk 4.
Artikel 15.
Vergunning voor beschermd monument
Onderdeel van Erfgoedverordening Tynaarlo 2010