Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 16

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Waalre houdende regels voor de raadscommissies

1. Burgers hebben spreekrecht. Zij kunnen in de vergadering over de geagendeerde onderwerpen, voorafgaande aan de behandeling van het desbetreffende onderwerp door de raadscommissie, het woord voeren. 2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. niet geagendeerde onderwerpen; b. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; c. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; d. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. e. de inhoud van de ter vaststelling aangeboden besluitenlijst van de vergadering. 3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 24 uren voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 4. Als richtlijn geldt een spreektijd van 5 minuten per burger per onderwerp. De voorzitter kan van de spreektijd afwijken, indien dit in het belang is van de voortgang dan wel van de orde van de vergadering. 5. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de inspreker toestaan aan de beraadslaging van het aan de orde zijnde onderwerp deel te nemen en/of de deelnemers aan de commissievergadering toestaan om aan de inspreker verhelderende vragen te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 7. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel