**1.** De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 14 procent van de gehuwdennorm indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder:
a. onderhuurt, een kamer huurt of kostganger is en in de woning één of meerdere anderen hun hoofdverblijf hebben;
b. onderverhuurt, een kamer verhuurt of kostgever is aan één ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft.
**2.** De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 5 procent van de gehuwdennorm indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder:
a. onderverhuurt, een kamer verhuurt of kostgever is aan twee of meer anderen die in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben;
b. inwoont bij een bloedverwant in de eerste graad.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen wet investeren in jongeren 2010