Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen wet investeren in jongeren 2010

1. De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 14 procent van de gehuwdennorm indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder: a. onderhuurt, een kamer huurt of kostganger is en in de woning één of meerdere anderen hun hoofdverblijf hebben; b. onderverhuurt, een kamer verhuurt of kostgever is aan één ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. 2. De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 5 procent van de gehuwdennorm indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder: a. onderverhuurt, een kamer verhuurt of kostgever is aan twee of meer anderen die in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben; b. inwoont bij een bloedverwant in de eerste graad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel