Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Ontheffing en restitutie

Onderdeel van Verordening marktgelden 2010

1.. Indien een standplaatshouder van een aan hem toegewezen standplaats als gevolg van ziekte, aantoonbaar gemaakt middels een geneeskundige verklaring; bedrijfsopheffing, aantoonbaar gemaakt middels een opgave van de Kamer van Koophandel en Fabrieken, gedurende de gehele of een gedeelte van de periode van het abonnementsjaar geen gebruik heeft kunnen maken van de vergunning, wordt op schriftelijk verzoek van de standplaatshouder vermindering verleend van de geheven marktgelden; ingeval van overlijden van de standplaatshouder, mits de standplaatsvergunning niet ingevolge artikel 5.3.13 van de Algemene plaatselijke verordening kan worden overgenomen door de echtgeno(ot(e), de geregistreerde partner of kind wordt op schriftelijk verzoek van de erfgenamen restitutie verleend van de geheven marktgelden; indien een standplaatshouder zijn recht op zijn standplaats opzegt (ongeacht de reden) en om deze reden gedurende het gehele of een gedeelte van de periode van het abonnementsjaar geen gebruik meer maakt van de aan hem toegewezen vaste standplaats, wordt op schriftelijk verzoek van de standplaatshouder vermindering verleend van het marktgeld. 2.. Deze ontheffing dan wel restitutie ingeval punt 1 a en b bedraagt een som, evenredig aan het aantal marktdagen waarop de standplaats niet door de standplaatshouder is ingenomen, op voorwaarde dat hij/zij zich niet door anderen heeft laten vervangen. Ontheffing dan wel restitutie ingeval punt 1 c bedraagt een som, evenredig aan het aantal marktdagen gerekend vanaf de dag van binnenkomst van de schriftelijke opzegging van de standplaatshouder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel