**1..** De voorzitter kan, al dan niet op verzoek van een lid, de beraadslaging schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad.
**2..** De voorzitter bepaalt de duur van de schorsing. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.
**3..** Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of een stuk voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.