**1..** Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen.
**2..** In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd.
**3..** Indien door één of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling.
**4..** De voorzitter roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 40 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst.
**5..** Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen.
**6..** De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.
**7..** Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft.
**8..** Op verzoek van de voorzitter deelt de griffier de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen.
Hoofdstuk IV › Paragraaf 1
Artikel 55
Algemene bepalingen over stemming
Onderdeel van Reglement van Orde gemeenteraad