Naar hoofdinhoud

§ 4

Artikel 12

Werkwijze van de commissie

Onderdeel van Verordening nadeelcompensatie Arnhem 2011

1.. Het college stelt aan de commissie alle op de aanvraag betrekking hebbende informatie ter beschikking. De commissie kan het college en de aanvrager verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken. De commissie houdt een hoorzitting, waar de aanvrager en een vertegenwoordiger van het college in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag toe te lichten, de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te verschaffen, onderscheidenlijk een standpunt van het college kenbaar te maken. Eventuele andere betrokken bestuursorganen en belanghebbenden worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken. 3.. Indien de commissie de situatie ter plaats wil bezichtigen nodigt hij de aanvrager voor de plaatsopneming uit. 4.. Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende zaak, wordt door de commissie met de aanvrager een afspraak gemaakt. 5.. Van de in het tweede lid bedoelde hoorzitting en van de in het derde lid bedoelde bezichtiging wordt door, dan wel onder verantwoordelijkheid van de commissie een verslag gemaakt, dat onderdeel vormt van het uit te brengen advies. 6.. De commissie kan inlichtingen en adviezen inwinnen bij derden. Indien hieraan kosten zijn verbonden, oefent de commissie deze bevoegdheid eerst uit na toestemming van het college. 7.. Alvorens een advies uit te brengen zendt de commissie binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een ontwerpadvies aan het college, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen en belanghebbenden. De commissie kan deze termijn onder opgaaf van redenen met ten hoogste vier weken verlengen. 8.. De termijn voor het toezenden van een ontwerpadvies wordt opgeschort met ingang van de dag na die waarop de commissie overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid heeft verzocht aanvullende gegevens te verstrekken tot de dag waarop de aanvullende gegevens zijn verstrekt. 9.. De aanvrager, het college, eventuele andere betrokken bestuursorganen en belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken na de toezending van het ontwerp van het advies schriftelijk hierop te reageren. 10.. In het geval dat tijdig reacties zijn ingediend, brengt de commissie binnen zes weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken. 11.. In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de commissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het negende lid bedoelde termijn een advies uit aan het college. Artikel 13 Het advies van de commissie De commissie onderzoekt: de vraag of het in het verzoek gestelde nadeel een rechtstreeks gevolg is van de rechtmatige uitvoering van het project; de vraag wat de omvang van het nadeel als bedoeld onder a is; de vraag of het nadeel redelijkerwijs niet, of niet geheel ten laste van de verzoeker behoort te blijven; de vraag of de vergoeding van het nadeel niet, of niet voldoende op een andere wijze is gewaarborgd; In het advies laat de commissie zich uit omtrent de toepassing van artikel 2, derde lid. § 5 Het besluit Artikel 14 De beslissing op de aanvraag 1.Het college beslist op de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van het advies van de adviseur. 2.Het college kan de in het eerste lid bedoelde beslissing, onder opgaaf van redenen, eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen. Artikel 15 Het voorschot 1. Het college kent de aanvrager op diens schriftelijk verzoek een voorschot toe indien hij naar redelijke verwachting in aanmerking komt voor een vergoeding in geld als bedoeld in artikel 2 en zijn belang naar het oordeel van het college zodanig voorschot vordert. 2. Het college beslist binnen twaalf weken op de aanvraag om toekenning van een voorschot. Het college kan de beslissing, onder opgaaf van redenen, eenmaal voor ten hoogste zes weken verdagen. 3. Een besluit tot het verlenen van een voorschot is geen erkenning van een aanspraak op een tegemoetkoming. 4. Het voorschot kan uitsluitend worden verleend indien de aanvrager van het voorschot schriftelijk de verplichting aanvaardt tot gehele en onvoorwaardelijke terugbetaling van hetgeen ten onrechte als voorschot is uitbetaald, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente over het te veel betaalde, te rekenen vanaf de datum van betaling van het voorschot. Het college kan daarvoor zekerheidstelling verlangen. § 6 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 16 Overgangsrecht Het recht zoals dat gold op grond van de Nadeelcompensatieverordening Arnhem 2003 blijft van toepassing op aanvragen om nadeelcompensatie die zijn ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel