**1..** Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat, op een daartoe bij hem schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van tien, twintig of dertig jaar het recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.
**2..** Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op schriftelijke aanvraag van de rechthebbende verlengd met een termijn van vijf, tien, vijftien of twintig jaren. De aanvraag voor verlenging mag op zijn vroegst twee jaar vóór het verstrijken van de lopende termijn worden ingediend.
**3..** Het in dit artikel bedoelde recht kan niet langer gelden dan tot het tijdstip waarop het terrein feitelijk aan zijn bestemming als begraafplaats zal zijn onttrokken.
**4..** Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 17, eerste lid. Verlenging van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
**5..** De uitgifte of verlenging van een graf, urnennis, urnenkelder of urnengraf wordt in de begraafplaatsadministratie geregistreerd. Hiervan wordt aan de nieuwe rechthebbende een bewijs afgegeven.
Hoofdstuk IV
Artikel 15
Termijnen particuliere graven
Onderdeel van Verordening op het beheer, het gebruik en de inrichting van de gemeentelijke begraafplaatsen