Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 Vervoersvoorzieningen

Artikel 6.4

Het recht op een vervoersvoorziening

Onderdeel van Verordening Individuele Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning Halderberge 2011

1.. Een belanghebbende kan voor een voorziening genoemd in artikel 6.1 onderdeel a in aanmerking komen, indien hij maximaal 800 meter kan lopen en daardoor niet in staat is het openbaar vervoer te bereiken of te gebruiken. 2.. De verlening van de voorziening genoemd in artikel 6.1 onderdeel a heeft voorrang. 3.. Een belanghebbende kan voor een (aanvullende) voorziening in aanmerking komen indien hij maximaal 100 meter kan lopen. 4.. Bij de verlening van de voorzieningen genoemd in artikel 6.1 onderdelen a tot en met g kan rekening worden gehouden met: de individuele vervoersbehoefte van de belanghebbende; de mate waarin de voorziening genoemd in artikel 6.1 onderdeel a in de individuele vervoersbehoefte kan voorzien; en de mate waarin de vervoersbehoeften van echtgenoten of ouders en kind(eren) samenvallen. 5.. Bij een inkomen boven de gestelde inkomensgrens in de “Beleidsregels Individuele Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning Halderberge” worden de voorzieningen in artikel 6.1 onderdeel a t/m g niet verstrekt. 6.. Een belanghebbende kan voor een voorziening genoemd in artikel 6.1 onderdeel g in aanmerking komen, indien hij zonder deze voorziening onvoldoende in staat is aan het verkeer deel te nemen met een op grond van deze verordening verleende scootmobiel of gesloten buitenwagen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel