Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 Verplichtingen en bevoegdheden van rechthebbende en het college

Artikel 8.8

Intrekking en beëindiging

Onderdeel van Verordening Individuele Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning Halderberge 2011

1.. Het college trekt een besluit genomen op grond van deze verordening geheel of gedeeltelijk in, indien: niet of niet langer is voldaan aan de voorwaarden of verplichtingen gesteld in de wet; blijkt dat op grond van onjuiste beschikbaar gestelde gegevens een andere beslissing zou zijn genomen, terwijl de belanghebbende wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat bedoelde gegevens onjuist en of onvolledig waren; blijkt dat de door het college noodzakelijk bevonden gegevens niet of niet volledig worden verstrekt; blijkt dat het pgb niet of niet volledig is besteed aan het doel waarvoor het is toegekend of als geen volledige verantwoording van het pgb heeft plaatsgevonden; het besluit tot verlening van een voorziening of pgb wordt ingetrokken of gewijzigd met ingang van de datum waarop de wijziging plaatsvond; het besluit tot verlening van een voorziening of pgb wordt ingetrokken of gewijzigd met ingang van de datum waarop de belanghebbende schriftelijk heeft aangegeven geen prijs meer te stellen op de voorziening. 2.. Bij overlijden van de belanghebbende eindigt: de hulp bij het huishouden op de eerste dag van de nieuwe 4-wekelijkse periode volgend op de periode waarin belanghebbende overleed, tenzij dit leidt tot een onbillijke situatie; de verstrekking van de voorzieningen anders dan hulp bij het huishouden, uiterlijk 1 week na het overlijden van de belanghebbende.

Rechtspraak bij dit artikel