1.De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op
of aan dat bouwwerk,
vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het college,
voorwerpen, borden of
voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de openbare
verlichting worden
aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
2.Het college maakt tevoren aan de rechthebbende als bedoeld in het
eerste lid zijn besluit
bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van een
voorwerp, bord of voorziening
als bedoeld in het eerste lid.
3.Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de
Waterstaatswet 1900, de
Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht van toepassing
is.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 1
Artikel 2.1.15
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2010