Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 1

Artikel 2.1.8

Winkeluitstallingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2010

1.Onverminderd het bepaalde in artikelen 2.1.7 en de Precarioverordening is het verboden zonder vergunning van het college op, aan of boven de weg, in aan of boven een openbaar water dan wel op, aan of boven een andere – al dan niet met enige beperking – voor publiek toegankelijke plaats goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan het publiek, dan wel in het kader van de verkoop vanuit een winkel reclameborden te plaatsen of geplaatst te hebben (winkeluitstallingsvergunning). 2.Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd, gewijzigd of worden ingetrokken: in het belang van de openbare orde; in het belang van de brandveiligheid; in het belang van de verkeersveiligheid of verkeersvrijheid; in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente; in het belang van het voorkomen of het beperken van overlast; gelet op de ruimtelijke omstandigheden ter plaatse. 3. a. Aan de vergunning kan het college voorschriften verbinden, die betrekking hebben op: de oppervlakte en omvang van de uitstalling; de constructie van de uitstalling; de situering van de uitstalling ten opzichte van de winkel. De vergunning heeft een geldigheidsduur van maximaal 2 jaar na datum van afgifte. In afwijking van het gestelde onder het derde lid, sub a, kan het college voor nader aan te wijzen straten of pleinen of delen van straten of pleinen nadere regels stellen, die betrekking hebben op: oppervlakte en omvang van de uitstalling; de constructie van de uitstalling; de situering van de uitstalling ten opzichte van de winkel.

Rechtspraak bij dit artikel