1.Het is verboden de weg of dat gedeelte van een onroerende zaak dat
vanaf de weg zichtbaar is
te bekrassen of te bekladden.
2.Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
rechthebbende op de weg of dat
gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is:
a.een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan
te plakken of op andere
wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;
b.met kalk, krijt of een kleur of verfstof enige afbeelding, letter,
cijfer of teken aan te brengen of
te doen aanbrengen.
3.Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
indien gehandeld wordt krachtens
wettelijk voorschrift.
4.Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
meningsuitingen en
bekendmakingen.
5.Het is verboden de in het vierde lid bedoelde plaatsen te
gebruiken voor het aanbrengen van
handelsreclame.
6.Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
meningsuitingen en
bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de
meningsuitingen en
bekendmakingen.
7.De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
toestemming is verplicht die aan een
opsporingsambtenaar of toezichthouder op diens eerste vordering
terstond ter inzage af te geven.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 4
Artikel 2.4.1
Plakken en kladden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2010