1 Het is verboden op of aan de weg alcoholhoudende drank te
nuttigen, indien dit gepaard gaat
met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en
leefklimaat aantasten of anderszins
overlast veroorzaken.
2 Het is verboden op of aan de weg, die deel uitmaakt van een door
het college aangewezen
gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen,
blikjes en dergelijke met
alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
3 Het bepaalde in het tweede en in het vijfde lid geldt niet
voor:
een terras en aanhorigheid dat behoort bij een
horecabedrijf, als bedoeld in artikel 2.3.8;
de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder
a, waarvoor een ontheffing geldt
krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet.
4 De burgemeester kan in een vergunning als bedoeld in artikel 2.2.2
of in een vergunning als
bedoeld in artikel 2.2.4. onder door hem te stellen voorwaarden
ontheffing verlenen van het in het
tweede lid of in het vijfde lid gestelde verbod.
5 Het is verboden op of aan de weg, die deel uitmaakt van de
navolgende gebieden,
alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en
dergelijke met
alcoholhoudende drank bij zich te hebben:
a elk gebied binnen een straal van 100 meter rond een bus- of
tramhaltepaal, metro- of
treinstation, of een taxistandplaats;
b schoolpleinen, kinderspeelplaatsen, speelvelden, delen van de weg
waarop
kinderstraatmeubilair is geplaatst, zandbakken en trapvelden,
alsmede het gebied dat om een
dergelijk object is gelegen, te weten het gebied binnen een afstand
van 50 meter van de buitenste
grenzen van dat object.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 4
Artikel 2.4.4b
Openlijk drankgebruik
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2010