1. Het is verboden carbid op of aan de weg of op een voor publiek
toegankelijke plaats te bezigen indien zulks gevaar, schade of
overlast kan veroorzaken.
De in het eerste gestelde verboden gelden niet voor zover in
het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel
429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
lid gestelde verbod.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 7
Artikel 2.7.4
Bezigen van carbid
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2010