De burgemeester kan de vergunning intrekken:
a.indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van onjuiste of
onvolledige gegevens en
bescheiden is verleend;
b.indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de
vergunning is afgegeven zodanig
zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel
3.2.8, onder e;
indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning
verbonden voorschriften;
indien aannemelijk is, dat de ondernemer of de beheerder(s)
betrokken is, of hem ernstige
nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de
speelautomatenhal, die een
gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen van
het woon- of leefklimaat
in de omgeving van de speelautomatenhal;
e.indien de ondernemer of beheerder(s) strafbare feiten pleegt in de
inrichting, dan wel toestaat
of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden
gepleegd;
f.indien de ondernemer of de beheerder(s) zich schuldig maakt aan
discriminatie naar ras,
geslacht of seksuele geaardheid;
g.indien zich in de speelautomatenhal anderszins feiten hebben
voorgedaan, die de vrees
wettigen, dat het geopend blijven van de speelautomatenhal ernstig
gevaar oplevert voor de
openbare orde.
HOOFDSTUK 3. › Paragraaf 2
Artikel 3.2.9
Intrekking vergunning
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2010