In deze paragraaf wordt verstaan dan wel mede verstaan:
wet: Wet milieubeheer;
inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen
van afvalstoffen die binnen de
gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feitelijk ophalen
en innemen daarvan;
C.ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van afvalstoffen
aan een inzamelende
persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in
daartoe door of vanwege de
inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of
-voorzieningen of op een daartoe
aangewezen plaats;
D.inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd
hulp- of bewaarmiddel,
bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, kca-box of
big bag, ten behoeve van
één huishouden;
E.inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen
bestemd(e) bewaarmiddel of -
plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer, wijkcontainer of
brengdepot, ten behoeve van
meerdere huishoudens;
F.inzameldienst: de krachtens artikel 4.2.7, eerste lid, aangewezen
inzameldienst, belast met de
inzameling van huishoudelijke afvalstoffen;
G.andere inzamelaars: de krachtens artikel 4.2.7, tweede lid,
aangewezen personen en instanties,
belast met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke
afvalstoffen;
inzamelvergunning: de vergunning zoals bedoeld in artikel
4.2.11;
gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente
feitelijk gebruik maakt van een perceel
ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.22 van de Wet milieubeheer
een verplichting tot het
inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt;
J.straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang
en gewicht, zoals proppen,
papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes,
verpakkingsmateriaal,
etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een
perceel;
K.wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden
met inbegrip van de
daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende
paden en bermen of zijkanten;
L.motorrijtuigen: alle voertuigen, bestemd om anders dan langs
spoorstaven te worden
voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of
aan het voertuig zelf
aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van
elders.
HOOFDSTUK 4. › Paragraaf 2
Artikel 4.2.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2010