1.Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde
plaats en buiten een inrichting
in de zin van de Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op
of in de bodem te brengen,
te storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op
een wijze die aanleiding kan
geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
Het verbod is niet van toepassing op:
het overeenkomstig deze verordening ter inzameling
aanbieden van huishoudelijke
afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen;
het thuiscomposteren van groente-, fruit- en tuinafval;
voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of
worden gebracht als onvermijdelijk
gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel
het verrichten van andere
werkzaamheden op of aan de weg.
4.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet
bodembescherming of het
Bouwstoffenbesluit voorziet in de beoogde bescherming van het
milieu.
HOOFDSTUK 4. › Paragraaf 2
Artikel 4.2.25
Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2010