De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren
worden verkocht die ter
plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:
a.een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de
inrichting op een duidelijk
zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek afval kan
achterlaten;
b.zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp
van een zodanige constructie
is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die
afvalbak, -mand of voorwerp steeds
tijdig wordt geledigd;
c.zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de
inrichting, doch in ieder geval
terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met de
toezicht op de naleving van dit
artikel, in de nabijheid van de inrichting achtergebleven afval,
voor zover kennelijk uit of van die
inrichting afkomstig, wordt opgeruimd.
HOOFDSTUK 4. › Paragraaf 2
Artikel 4.2.28
Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2010