Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan
onder:
houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meer
bomen;
dunning: velling, die uitsluitend als een
verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei
van
de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd;
c.bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
ingevolge artikel 1, vijfde lid,
van de Boswet, zijnde de grens van de gemeente;
hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op
de stronk uitlopen;
iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn.
Ceratocystis ulmi (Buism. C. Moreau);
f.iepespintkever: het insekt, in elk ontwikkelingsstadium behorende
tot de soorten Scolytus
scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus
pymaeus.
2.Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder vellen mede
verstaan rooien, met inbegrip
van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood
of ernstige beschadiging
of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
HOOFDSTUK 4. › Paragraaf 4
Artikel 4.4.1
Begripsomschrijving
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2010