**1..** Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen moet
worden herbeplant.
**2..** Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
worden vervangen.
**3..** Een vergunning kan worden verleend onder de voorwaarde van
feitelijk niet-gebruik tot het moment dat:
de bezwaar of beroepstermijn voor derden is verstreken
zonder dat er bezwaar of beroep is ingediend;
op het bezwaarschrift is beslist, in het geval tegen de
beslissing tot verlening van de vergunning bezwaar is
gemaakt als bedoeld in artikel 1:5, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht:
beslist is op een verzoek om een voorlopige
voorziening;
beslist is op het beroep van derden en geen verzoek tot
voorlopige voorziening is gedaan;
HOOFDSTUK 4. › Paragraaf 4
Artikel 4.4.5
Bijzondere vergunningsvoorschriften
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2010