Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4. › Paragraaf 4

Artikel 4.4.5

Bijzondere vergunningsvoorschriften

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2010

1.. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen moet worden herbeplant. 2.. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. 3.. Een vergunning kan worden verleend onder de voorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot het moment dat: de bezwaar of beroepstermijn voor derden is verstreken zonder dat er bezwaar of beroep is ingediend; op het bezwaarschrift is beslist, in het geval tegen de beslissing tot verlening van de vergunning bezwaar is gemaakt als bedoeld in artikel 1:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht: beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening; beslist is op het beroep van derden en geen verzoek tot voorlopige voorziening is gedaan;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel