Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 18.

Reis- en verblijfkosten.

Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2006

1.. Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is benoemd  worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeen­tebestuur vergoed. De vergoeding betreft: bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten; bij gebruik van een eigen personenauto: een vergoeding van de in redelijk­heid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in arti­kel 4, onderdeel b van de Regeling rechtspositie wethouders. 2.. Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is benoemd, worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfkosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een besluit van de gemeente­raad vergoed, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c van de Rege­ling rechtspositie wethouders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel