Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 8.

Computers en internetverbinding.

Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2006

1.. Op aanvraag stelt het college het raadslid ten laste van de gemeente voor de uit­oefening van het raadslidmaatschap een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking. 2.. Voor zover bij een raadslid er sprake is van een belastingheffing in verband met een ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde computer, bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in het eerste lid, komt deze, in het geval van het raadslid dat heeft gekozen voor de opting-in-regeling, voor rekening van de gemeente. Een raadslid dat niet heeft gekozen voor de opting-in-regeling ont­vangt de (in beginsel) onbelaste tegemoetkoming op aanvraag. 3.. Indien geen computer, bijbehorende randapparatuur en software ter beschikking is gesteld, verleent het college een raadslid op aanvraag voor de uitoefening van het raadslidmaatschap een tegemoetkoming voor: aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software; of gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software. 4.. De in lid 3 bedoelde tegemoetkoming bedraagt ten hoogste 30% van de aan­schafwaarde voor een periode van maximaal drie jaar. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de waarde in het economische verkeer op het moment van de eerste ingebruikneming van de computer, bijbehorende apparatuur en software welke het college aan raadsleden in bruikleen ter beschikking stelt. 5.. Op aanvraag vergoedt het college het raadslid de aanlegkosten voor de internet­verbinding voor de in het eerste of derde lid genoemde computerapparatuur. 6.. Op aanvraag vergoedt het college de abonnementskosten van een internetver­binding tot een maximum van € 20,-- per maand2 . Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd conform de consumentenprijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 2Peildatum augustus 2007. 7.. Een eventuele belastingheffing in verband met een ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding, komt voor rekening van het raadslid. 8.. Het raadslid ondertekent voor het bruikleen een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 9.. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

Rechtspraak bij dit artikel