Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 12a.

Duur en hoogte.

Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2006

Belanghebbende kan met ingang van de dag waarop hij ophoudt lid van de gemeen­teraad van Eindhoven te zijn aanspraak maken op een uitkering waarvan de duur en hoogte als volgt wordt bepaald: de duur van de uitkering is gelijk aan een vierde gedeelte van de tijd die hij onaf­gebroken lid van de gemeenteraad van Eindhoven is geweest, waarbij de tijd dat belanghebbende wethouder is geweest, buiten beschouwing wordt gelaten. Deze duur wordt afgerond op een hele maand. De uitkeringsduur bedraagt maxi­maal twee jaar; de uitkeringsduur wordt verdeeld in twee zo mogelijk gelijke perioden van gehele maanden. Een eventuele afronding wordt ten gunste van de eerste periode toe­gepast; de uitkering bedraagt in de bedoelde perioden achtereenvolgens 80% en 70% van de vergoeding die belanghebbende laatstelijk omgerekend op maandbasis voor werkzaamheden heeft ontvangen; indien het lidmaatschap van de gemeenteraad van Eindhoven werd onderbroken, wordt voor de berekening van de uitkeringsduur uitsluitend de tijd als raadslid na de laatste onderbreking in aanmerking genomen.

Rechtspraak bij dit artikel