Belanghebbende kan met ingang van de dag waarop hij ophoudt lid van de gemeenteraad van Eindhoven te zijn aanspraak maken op een uitkering waarvan de duur en hoogte als volgt wordt bepaald:
de duur van de uitkering is gelijk aan een vierde gedeelte van de tijd die hij onafgebroken lid van de gemeenteraad van Eindhoven is geweest, waarbij de tijd dat belanghebbende wethouder is geweest, buiten beschouwing wordt gelaten. Deze duur wordt afgerond op een hele maand. De uitkeringsduur bedraagt maximaal twee jaar;
de uitkeringsduur wordt verdeeld in twee zo mogelijk gelijke perioden van gehele maanden. Een eventuele afronding wordt ten gunste van de eerste periode toegepast;
de uitkering bedraagt in de bedoelde perioden achtereenvolgens 80% en 70% van de vergoeding die belanghebbende laatstelijk omgerekend op maandbasis voor werkzaamheden heeft ontvangen;
indien het lidmaatschap van de gemeenteraad van Eindhoven werd onderbroken, wordt voor de berekening van de uitkeringsduur uitsluitend de tijd als raadslid na de laatste onderbreking in aanmerking genomen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 12a.
Duur en hoogte.
Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2006