Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3:7:8:1

Tijdelijke persoonlijke toelage

Onderdeel van CAR/UWO

Aan een ambtenaar kan een tijdelijke persoonlijke toelage als bedoeld in artikel 3:7:8 van de CAR/UWO worden toegekend, indien de betrokkene gedurende een tijdvak van een tenminste twee jaar een bovengemiddelde individuele prestatie heeft geleverd. In het bijzondere geval dat het noodzakelijk wordt geacht om redenen van werving een functionaris een toelage toe te kennen, kan worden afgeweken van het eerste lid en kan aan een ambtenaar bij de indiensttreding een tijdelijke persoonlijke toelage worden toegekend. Een afdelingshoofd legt een voorstel een tijdelijke persoonlijke toelage toe te kennen voor aan de directie. De directie legt een voorstel voor het toekennen van een tijdelijke persoonlijke toelage aan een afdelingshoofd voor aan de gemeentesecretaris. De directie respectievelijk de gemeentesecretaris bepaalt de hoogte en de duur van de toelage. De in het eerste lid bedoelde toelage bedraagt maximaal 10% van de voor de betrokken ambtenaar geldende salarisschaal. De directie respectievelijk de gemeentesecretaris kan een lager percentage voorstellen, maar nooit minder dan 5%. De in het eerste lid bedoelde toelage wordt voor een periode van maximaal drie jaar toegekend. De ambtenaar aan wie de toelage wordt toegekend, wordt vóór de datum van ingang van de toelage in kennis gesteld van de datum waarop de toelage afloopt. De in het eerste lid bedoelde toelage wordt ingetrokken, indien de gronden waarop de toelage wordt toegekend niet meer aanwezig zijn. Tegelijkertijd met de toekenning van de in het eerste lid bedoelde toelage moet worden nagegaan welke inspanningen gepleegd moeten worden door zowel de ambtenaar als zijn direct leidinggevende, teneinde te bereiken dat eerstgenoemde in de toekomst kan worden bevorderd naar een hoger gewaardeerde functie, welke beter aansluit bij zijn niveau van functioneren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel